Ze leunt bedeesd tegen de muur, haar rokje als een sluier over haar benen gedrapeerd. Zelfs de goedkope kerstmansmuts op haar hoofd belet niet dat ik haar meteen herken. Ik kijk weg, zij doet hetzelfde. Knotsende knikkers. Iemand port in mijn zij en vraagt een update van mijn dagelijkse bezigheden. Ik leg haar uit alles z’n gangetje gaat en dat het verder “druk druk druk” is. Het eerste is een dooddoener, het tweede een flagrante leugen. In mijn ooghoeken zie ik het kerstmansmutsmeisje (K3M) zachtjes in mijn richting schuifelen. Ook zij lijkt aan iemand uit te leggen dat de koetjes nog steeds kalven, en dat het “druk druk druk” is. Smalltalkconversaties met als doel de prooi af te toesten.
Knots: de ooogballen ketsen elkaar terug af. “En nu?” Er giert een wervelwind van vraagtekens door mijn hoofd. Het liefst zou ik haar gewoon willen kussen. Niet “kussen” zoals je een Scarlett Johansson of een Tatiana Silva zou beginnen lebberen, maar teder zoenen. In trance. Vermijd knikkercontact. Onzeker probeer ik me zo gewoon mogelijk voor te doen. Haar knikkers zoeken de mijne op. K3M heeft als eerste haar verkenning voltooid, ik nog lang niet. Ze prutst wat nootjes uit mijn hand en zaait nog meer twijfel. Ik gooi nootjes naar haar mond, zij gooit gretig vraagtekens terug. Wat zou mogen, wat zou kunnen, wat zou willen.
Verward dool ik naar huis. Ik heb zelfs maar twee pintjes gedronken.