NOSTALGIE

Pijnlijk mooi zijn ze, die nostalgische herinneringen. Vol weemoed denk je terug aan mooie tijden. Enkele minuten droom je weg naar een moment, een herinnering, waarin je je intens gelukkig voelde. Meestal worden die luttele minuten afgesloten met een minzame glimlach of een eenzame traan om wat voorbij is.

De geur van tomaten brengt me terug naar de serre bij mijn mémé. In de schaduw van een reusachtige zomereik mocht ik er als kleine ukkepuk mijn eigenste lochtink aanleggen. Daarin had ik onder meer tomaten, basilicum, rozemarijn en thym staan; precies de ingrediënten waarmee ik nu een pizza sta te maken. Heelder zomerdagen rondrennen in gummilaarzen en kleren die kost wat kost vuil moesten worden. Proberen om een spade, bijna even groot als mezelf, de grond in te splijten. Mijn enige bekommernis bestond erin alles goed te verzorgen, mijn enigste droom om op het einde van de zomer tomaatjes te kunnen eten. Mijn tomatenplantjes van destijds zijn niet meer, de serre en de tuin ook niet, mijn grootmoeder gelukkig wel nog. Telkens ik haar over zo’n herinneringen vertel, verbaasd ze zich over mijn geheugen en mijn sentiment omtrent zoiets alledaags. Ik sus haar met de woorden dat ze mee meer heeft bijgebracht dan ze zelf vermoedt.

Telkens ik me op een koersfiets begeef, heb ik nog zo’n nostalgisch momentje. Wanneer ik vroeger in volledige gezinscolonne richting grootouders fietste, liet ik mij volledig gaan. De 10km lange route glooide langs bosranden met weinig verkeer en op het einde twee lichte hellingen. Enfin, toen leken die hellingen wel op cols die recht uit de Tour gehaald waren. Ondanks de waarschuwingen van mijn ouders ging ik er dan altijd volle gas vandoor. Als een volleerde Museeuw junior – wiens portret bij mijn grootouders thuis aan de muur hing – liet ik mijn denkbeeldige peloton achter mij een poepje ruiken. Gevolg was dat ik op diezelfde oprit bij mijn grootouders, mijn eigenste Meerbeke, keer op keer minuten voor mijn peloton aankwam. Opgewacht door mijn vast grootouderlijk publiek, dat in mij een echte coureur zag. Van die talloze overwinningen en lauwerkransen blijft nu enkel de herinnering over. Misschien daarom dat ik nu terug meer op de fiets begin te kruipen, op zoek naar wat afgesloten is.

Terwijl de rest van m’n geheugen stilaan uitgedund wordt, blijven bepaalde herinneringen haarscherp terugkomen. Onverwachts, gekoesterd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *