Soms dan krijg ik het in mijn hoofd iets aan m’n conditie te gaan doen. Dan duikel ik onder in theoretische kennis over accessoires, trainingsschema’s en ideale ondergronden. Meestal richt ik mij op joggen, al dan niet in combinatie met zwemmen. Meestal begin ik er nog niet half aan, of geef ik het enkele sessies later op.
Laat ons zeggen dat het deze keer, hout vasthouden, iets beter gaat. Het dagelijks baantjes trekken langs de Schelde op mijn tweedehands koersfietsje, lijkt me beter af te gaan. Misschien dat het aan het mooie zomerweer ligt, maar peddelend op m’n pedalen overkomt me een soortement rust en bevrijding. De harde bonken telkens je je voeten neerzet bij het lopen, zijn hier de soepel ronddraaiende benen en ook mijn oortjes blijven fatsoenlijk zitten. Rust ontstaat wanneer alles goed gaat. Daar waar ik in het overbevolkte Van Eyck-zwembad moest laveren tussen de vrachtwagens studenten en senioren, flits ik hier voorbij diezelfde senioren en dagjestoeristen met picknickmanden. Mocht je me tegenkomen: moedig me gerust aan, geef me een stuk van je brood en bepamper me met de woorden “Hier sta je kloek van!”. Het zal de glimlach op mijn gezicht alleen nog maar breder maken.
Af en toe wordt ik voorbijgeflitst door een mede kilometervreter. Dan kijk ik altijd stiekem jaloers naar die glimmende bolide. Dan voel ik me met mijn 2p’ktje voorbijgesneld door een of andere sportwagen. Soms zit er zo’n opgepoetste met geschoren benen in mijn wielen, hoor ik zijn adem enkele minuten in mijn achterwiel blazen. Heel even lijkt hij een aflossing te willen rijden, tot hij geruisloos een versnelling hoger schakelt en me als gebruikt rustpunt achterlaat. Zelfs dat kan me niet klein krijgen, neen. Zelf zal ik me nooit in iemands achterwiel zetelen. Het uitzicht in de cockpit is nog altijd beter dan dat in de remorque. Zeker hier zo, langs de Schelde.
En dat terwijl de auto’s boven mijn hoofd zoeven.