“Ik heb een cadeau voor je verjaardag,” zei hij.
We stonden samenzweerdering in de hall en je maakte de sleutelhanger van de sleutel op de voordeur los. Het was zo’n lederen flapje met daarop een nikkelen letter ‘J’. De ‘J’ van Julien, de naam van m’n grootvader.
“Hier, dat is voor jou. Want wij zijn hetzelfde.” De ‘J’ kan inderdaad ook van Jeffrey zijn. Ik had toen geen enkel idee dat hij misschien wat meer met die zin bedoelde. Ik heb nu nog steeds geen idee. De hanger heeft jarenlang op de sleutel van m’n slaapkamer gehangen. Moeder vond dat pepe er zich wel gemakkelijk vanaf had gemaakt met zo’n prul van de markt. Ik zag geen prul van de markt aan m’n sleutel hangen, maar wel een flapje symboliek.
Hoe dan ook: ik ben het kwijtgespeeld.
Een paar jaar later gaf je me jouw polshorloge. Vers van je pols; er hing zelfs nog een beetje bouwvakkerszweet aan. Deze keer was ik al wat geconditioneerd op de gedachte dat prullen van de markt waardeloos waren. Ik was dan ook teleurgesteld en heb het nooit durven aan doen. Het lag weggeborgen in een lade met andere prullen. Op een gegeven moment heb ik het rotding weggegooid. Daar heb ik nu spijt van. Ik heb niks meer van jou, zelfs geen prulletje. Behalve dan jouw treiterige gevoel voor humor.
Toen ik een huis huurde van een gewezen fabriekseigenares en ik na haar overlijden wat op de verloederde villa diende te letten, zag ik het daar staan. Vooraan was een zithoek met een gigantische bibliotheek. De kasten waren fenomenaal prachtig handwerk van de voormalige meestergast uit de meubelfabriek. Maar dat is in deze maar een detail. Tussen de chemieboeken – haar al veel vroeger overleden echtgenoot was een professor chemie die aan de fles geraakte door het afstompende bedrijfsleven – en de veelal Franse kunstboeken, stond een boek dat me deed terugdenken aan pepe. Het stond er in tweevoud, als dank voor de gift van de familie aan de auteur. Het boek vertelt het verhaal van de oorlogsjaren in de streek. Pepe had dit boek ook en daar hadden we samen vaak door gebladerd. Niet dat hij zo veel las, maar ik denk dat hij me een geschiedenisles wou geven. Ook al had hij de oorlogsjaren maar als kind meegemaakt, het is iets wat ik niet kan zeggen.
Ik zag m’n kans schoon een stukje herinnering terug te krijgen, ook al was het niet van hem. Omdat alles in huis te koop was, deed ik wat research over het boek. Ik viel van m’n stoel. Vanwege een zeer beperkte eenmalige oplage werden er vlotjes 400 tot 600 voor gegeven. Zo veel kon ik er niet aan geven en ik durfde geen bod van 20 euro voor te stellen. Ik ging ervan uit dat de nazaten wel van prijs wisten. Er gingen maanden voorbij en ik hield in de gaten of ze er nog steeds stonden.
Ze bleven er staan, totdat een bestelwagen alle boeken als oud papier kwam ophalen. Ze wisten inet van prijs. Mijn herinnering, mijn investering, werd als een prulletje, een niemendalletje opgehaald. Voor m’n ogen. Karma’s a bitch.
Onlangs stond ik in de kringloopwinkel en lagen daar opnieuw twee exemplaren. Achter glas, zonder prijs. Ik polste even.
“De één is 300 euro, de ander 400. Ze gaan tot 600 euro de deur uit.” Ik zeg dat ik het weet. Karma is godverdomme een bitch.
En gij, Julien, lacht u verzekerst kreupel. Daarboven.