Doordat ik alweer net dat ietsje te laat ben vertrokken, spring ik op m’n fiets voor een glijpartijtje richting station. Voor een vlottere communicatie, mijn fiets heet Free Wheelie. Kom je in Gent dus een okerkleurige fiets met rode fietstassen en de vermelding “Free Wheelie” op z’n buik, doe hem de groeten van mij. Het had de hele nacht ervoor gesneeuwd. Ook de vorige dagen had het al een pak gesneeuwd, al weet ik dat niet zo goed meer. Mislevering van de bvba Winterneerslag.
Goed, eens aangekomen aan het station vallen er nog vier barrières te overwinnen. 1] Plaats vinden in de fietsenrekken: nooit een sinecure, vaak een hopeloze opdracht. Meestal eindigt m’n stalen ros op een geïmproviseerde parkeerplaats in het pak; ook nu. 2] Doe uw bezitten eerbaar op slot. Keer op keer worstel ik met dat slot, in dit sneeuwweer – wat een tof woord – des te meer. Met het betere trek- en sleurwerk kan ik Free Wheelie vastketenen aan z’n gecreëerde slaapplaats. Halte 3] neem ik met het grootste gemak. Sinds de invoering van automaten, getrainde vingervlugheid en gebrek aan wachtende rij kan ik mijn kaartje vrij snel bemachtigen. Ik spurt naar boven, waar het alsnog bijna fout loopt bij halte 4]: de wispelturigheid der Belgische spoorwegen. Te vroeg als je net te laat komt, te laat als je op tijd bent. Het eerste was het geval, maar dat kon je al raden. Hups: een laatste spurt met een ultieme jump op het gevaarte. Ik was misschien niet de snelste, maar op parcours en stijl verdien ik minstens een eervolle vermelding. Tjoek tjoek. Helaas, de conducteur vergeet me om te roepen.
En toch hou ik van treinen, als werkwoord dan toch. Ondanks het vergeten omroepen van m’n naam, ondanks het stiptheidsdebacle, ondanks de vaak beperkte plaatsen. Misschien is het gewoon omdat ik maar een sporadische treiner ben, maar het naar buiten turen stemt me rustig. Dan laat ik even alle spoken, verdoken toekomsplannen, verleden schaamtes, verleden liefdes en andere toestanden door mijn hoofd dansen. Dat kan best leiden tot grappige toestanden, maar daar wijd ik beter niet te fel over uit. Wegvluchten uit de grote, boze stad. Het eerste stuk door de haven doe ik dan ook nog angstvallig mijn ogen dicht. Wondelgem. Nog steeds niks boeiend. Ik prop wat muziek in m’n oren. Soundtrack bij een kortfilm die zich deels in m’n hoofd, deels door het venster afspeelt. Evergem. De sneeuw lijkt hier nog harder toegeslagen te hebben dan in Gent. De lege, mistroostige akkers brengen wiegen me stilletjes in slaap. Sleidinge. Hardstyle Meetjesland, het komt er stilaan aan. Waarschoot: metropool onder de boerengaten. Eeklo: boerengat met sterallures. De glooiende hopen wit die me het halfuur ervoor even deden dromen, hebben wederom plaats geruimd voor bakstenen. Jammer dat het voorbij is.
In een doods station wandel ik naar buiten. Ik wacht tot ze komt. Waar moet ik eigenlijk naar toe?

