Drempels

[1.]
Ge gaat naar de huisarts. Die stelt vast dat het niet meer gaat en verwijst u door naar een Regionaal Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (RCGG). In afwachting geen medicatie, wel drie weken ziekenverlof. Ge zegt dat ge die niet van doen hebt want ge zijt juist ontslagen.

[2.]
Ge belt met klamme handen naar het RCGG. Ge moet bellen: mailen kan niet en de huisarts zag het als een ‘goede oefening’ om zelf initiatief te nemen. Ge doet uw verhaal; er wordt doorgevraagd. Ge staat in uw blootje met een telefoon tegen uw oortje. Ge doet uw verhaal voor het eerst, tegen een wildvreemde. Die rondt doodleuk af met de mededeling dat uw ‘case’ (ge zijt nen case geworden) op het teamoverleg zal worden besproken. Het kan zijn dat ge nog eens wordt opgebeld om nog wat meer informatie te geven.

[3.]
Een week later gaat de telefoon. Ge neemt op en hoort een andere stem die dezelfde vragen stelt. Ge doet nog eens uw verhaal tegen een wildvreemde. Ze bedankt u en weet voldoende voor het teamoverleg.

[4.]
Een paar dagen later nog eens telefoon. Uw case is behandelbaar binnen het centrum. Ge wordt toegelaten tot een afspraak bij een psychiater over drie weken. Ge zijt blij met de afspraak maar ge ziet er ook tegen op. Ge hebt al jaren problemen maar hebt de hulpvraag zo lang mogelijk uitgesteld omdat ge wist dat eens ge eraan begon, ge eraan ging vast zitten voor de rest van uw leven. Zou dat even fout uitdraaien.

[5.]
Ge hebt uw afspraak. Ge staat bol van de stress en die doos Kleenex op tafel helpt er niet bij. Ge doet uw verhaal, nog eens, tegen een wildvreemde maar niet aan de telefoon. Ge geeft aan dat het geen conjunctureel probleem is, maar dat er mogelijk iets erfelijk in het spel is. Dat wordt zo gauw als ge het uitspreekt van tafel geveegd. “Mensen zeggen dat rap.” Ge verschiet en neemt u voor om in het vervolg uw tong twee keer om te draaien.

[6.]
Na een half jaar – en best wel wat vorderingen – is het tijd om af te bouwen. Ge signaleert dat dit allicht maar tijdelijk is, maar ge moet het proberen. De behandeling wordt stopgezet. Mocht ge hervallen, kunt ge opnieuw een afspraak maken zonder de screening te moeten doorlopen.

[7.]
Een paar maanden later beslist ge dat het toch niet kan zijn. De belofte dat ge gewoon kunt bellen voor een afspraak, blijkt buiten geijkte procedures gerekend. Stappen 2, 3 en 4 herhalen zich.

[8.]
Ge hebt uw nieuwe afspraak, bij dezelfde arts. “Er zal dan toch een erfelijke factor in het spel zijn.” Zo perplex als ge stond toen ze een halfjaar eerder dat argument van tafel veegde, staat ge nu van het gemak dat een arts van het tegendeel overtuigd raakt.

[9.]
De behandeling stopt abrupt wegens dubbelboeking bij de arts. Geen opvolging. Ge moet zelf weer bellen.

[10.]
Ge zijt intussen verhuisd. De arts geeft aan dat ge altijd bij de afdeling dichter bij huis een afspraak kunt maken. ‘Dossiers kunnen altijd doorgegeven worden.’ Naast medicatie vraagt de behandeling ook een consultatie om de zoveel tijd. Ge merkt dat de inspiratie van de arts opraakt en klassiekers bovenhaalt door problemen te zoeken in uw relaties of een verdrongen trauma.

[11.]
Ook deze keer stopt de behandeling abrupt, wegens ziekte van de arts. Geen opvolging. Ge moet zelf weer bellen.

[12.]
Ge belt naar de andere afdeling, dichter bij huis. Ge kunt niet zo maar een afspraak krijgen, die screening weet-je-wel. Dat het niet uitmaakt dat ge al in een andere afdeling in behandeling zijt geweest: ‘dossiers worden nooit doorgegeven’. Stappen 3, 4 en 5 zullen herhaald moeten worden. Ge haakt woedend in en neemt de komende weken geen telefoons meer op van het RCGG.

[13.]
Tijd heelt geen wonden en al zeker geen mensen. Ge signaleert het verschillende keren bij de huisarts, maar die verwijst u door naar een maandenlange wachtlijst. Sommigen zeggen dat ge het zelf moet oplossen.

Ge zijt intussen meer dan tien jaar verder na uw eerste hulpvraag en staat nog geen meter verder. Had ge destijds geklaagd over een pijnlijke elleboog, zat er de dag zelf wellicht al een spuit in uwen arm en werd een week later een foto genomen.

Psychische hulp zoeken is zelfs geen kwestie van een resem drempels te overwinnen, het neigt eerder naar een hindernissenparcours waarbij je uiteindelijk langs een gebroken ruit naar binnen sukkelt.

Ge werpt hiermee geen steen naar gelijk wie: iedereen die ge sprak had het beste met u voor. Alleen lijkt het huidige systeem behoorlijk wat drempels te bevatten, zeker voor de minder assertieven en introverten onder ons. Er zit nog een hele groep onder het wateroppervlak die niet opgepikt wordt.